Wonen begint bij ons.

Heb je vragen? Neem contact op !


Belangrijke overwinning bewoners tegen asbeststort: overheid kan gevaar niet uitsluiten

SAN NICOLAS – “Ik heb heel sterk het gevoel dat de overheid en instanties gedacht hebben dat we het wel zouden opgeven. Maar we gaan door tot we in ons recht staan.”

Dat zegt Joyce De Vries-Nassy. Zij en haar man Jaap hebben voor het eerst in bijna drie jaar in hun strijd tegen de asbeststort vlakbij hun huis, een belangrijke overwinning geboekt. De rechter vindt dat de overheid ten onrechte beweert dat er geen gevaarlijke situatie voor de nabije omgeving is.

Tekst gaat verder na de video

[embedded content]

Door Sharina Henriquez

Bij eerder inspecties, onder andere ook vorig jaar in opdracht van het Openbaar Ministerie, blijkt dat er mogelijk nog asbestmateriaal in de open lucht ligt. Dat moest direct onderzocht worden, maar is nog steeds niet gebeurd.

Bovendien moet het begraven asbest, dat eerder jarenlang in 55 open en half vergaande zeecontainers lag, worden gemonitord. Ook dat heeft de overheid nagelaten.

De werknemers zijn beschermd maar de bewoners vlakbij niet – foto: Jaap de Vries

Wonen bij een asbestdump

Als sinds 2006 worden grote hoeveelheden asbest gestort op het deel van het raffinaderijterrein dat aan hun straat grenst. In oktober 2016 gebeurt dat opnieuw. Terwijl de werknemers in beschermde pakken het werk doen, wordt de buurt aan de andere kant van het hek niets verteld. En begint het bezorgde echtpaar aan een lange weg langs de instanties.

De 4000 kubieke meters asbestmateriaal ligt in dubbel verpakte zakken onder de grond. Dienst Natuur en Milieu (DNM) heeft zelf aangegeven dat inspecties nodig zijn – elk half jaar en zeker na elke regentijd – om te controleren of er geen erosie plaatsvindt.

Waarom de dienst dat vervolgens niet heeft gedaan, is niet duidelijk. Nu de rechter oordeelt dat de overheid daarin faalt, reageert minister van Justitie, Andin Bikker dat die controles zo snel mogelijk gaan gebeuren.

Op de vraag waarom de overheid de bewoners niet helpt te beschermen in plaats van aan te vechten, zegt Bikker: “Deze zaak is van voor mijn tijd. Ik ga er met de betrokken diensten over hebben. DNM valt bovendien onder mijn collega (minister van Milieu, Otmar Oduber, red.).”

De minister die over de Hinderwet gaat, beweert bovendien dat de hindervergunning sinds de raffinaderij zeven jaar geleden dicht ging, niet meer geldig is. Een argument dat al jaren door de overheid tegen de bewoners wordt gebruikt om niet op te hoeven treden. De rechter heeft daar nu ook korte metten mee gemaakt; de vergunning is geldig en de overheid moet die handhaven.

Toenmalige premier Eman en minister De Meza omhelzen elkaar nadat de koop rond is- foto: Sharina Henriquez

Aruba koopt raffinaderij met vervuild grond

Valero was tot augustus 2016 de eigenaar en verkocht de raffinaderij aan Land Aruba met de vervuiling. Het overheidsbedrijf Refineria di Aruba werd de nieuwe eigenaar. Diens directeur Alvin Koolman zei toen al dat een deal was gesloten. “Valero had inderdaad geen vergunning voor de dump.” En erkende dat het Amerikaanse concern het asbest niet correct heeft gestort en in orde moest maken.

Het liefst ziet het echtpaar Nassy-De Vries dat de berg er nooit was gekomen. Ze blijven erbij dat de stort illegaal is. En willen dan ook dat de hindervergunning van de raffinaderij wordt ingetrokken en de boel gesaneerd.

“De overheid is aansprakelijk”, zegt Jaap, “want ze hebben een grote rode streep getrokken door ons recht van veilig wonen.” Daarnaast heeft het echtpaar de toenmalige raffinaderij-eigenaar Valero aansprakelijk gesteld. Onlangs wonnen ze ook een LOB-procedure om het geheime convenant tussen de overheid en Valero te krijgen. Niet eens het parlement heeft dit ooit in handen gehad toen ze de deal moest goedkeuren. Terwijl de gevolgen voor de gemeenschap groot zijn.

Deze overeenkomst gebruikte het Openbaar Ministerie (OM) vorig jaar succesvol tegen de bewoners toen deze nog hoop hadden dat via de strafrechter iets aan de gevaarlijke situatie gedaan kon worden. Maar in het convenant staat volgens het OM dat met instemming van de overheid het asbest is gestort. Daarmee schoof de overheid bestaande wetgeving en dus ook de rechten van burgers opzij.

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/06/19/belangrijke-overwinning-bewoners-tegen-asbeststort/

WILLEMSTAD – “Er zijn geen Venezolaanse vluchtelingen op Curaçao die asiel hebben gekregen na een aanvraag te hebben ingediend via de procedure die de Raad van Ministers heeft goedgekeurd.” Dat zegt Keursley Concincion, de Ombudsman van Curaçao. Terwijl er Venezolanen op Curaçao zijn die een officieel vluchtelingencertificaat hebben van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR.

Bel* is één van die vluchtelingen. Zij is samen met haar man 2,5 jaar geleden naar Curaçao gevlucht vanwege haar baan als journalist. Ze heeft via de Verenigde Naties (VN) en UNHCR een vluchtelingencertificaat. Met het certificaat heeft ze in de meeste landen recht op bescherming en basisbehoeften, zoals een slaapplek, eten en drinken. Toch zit zij samen met haar man ondergedoken op Curaçao.

Vast op het eiland
Bel en haar man mogen officieel niet werken. Om toch rond te kunnen komen, werkt haar man illegaal in de bouw voor 50 gulden per dag. Geld om te sparen hebben ze niet, een vliegticket naar een land waar het certificaat wel wordt erkend, kunnen ze niet betalen. Ze zitten vast op het eiland. “Het leven hier is voor ons een hel, ik kan niet werken, we verdienen niet genoeg om hier weg te kunnen….het is een uitzichtloze situatie”, aldus Bel.

‘Het leven hier is voor ons een hel en we kunnen nergens naartoe’
Bel en haar man zitten met een vluchtelingencertificaat vast op Curaçao

Een andere Venezolaanse vrouw die een VN-vluchtelingenstatus heeft, is desondanks opgepakt en gedreigd met uitzetting. Dat bevestigt Ieteke Witteveen, voorzitter van de Human Rights Caribbean Foundation (HRCF). Pas na tussenkomst van Human Rights Caribbean werd zij weer vrijgelaten. Ook Bel is bang: “Het liefst zou ik naar een ander land gaan waar mijn vluchtelingenstatus wel erkend wordt. Maar zodra ik mij meld bij de immigratiedienst of douane word ik zonder pardon uitgezet.”

Volgens de regels moet de aanvraag worden ingediend direct als een persoon op Curaçao aankomt. Deze aanvraag dien je te doen bij de immigratiedienst. Maar dat is op het vliegveld Hato hetzelfde loket als de instantie die gaat over het uitzetten van mensen. De formulieren die ingevuld moeten worden zijn in het Nederlands.

UNHCR-procedure aangenomen maar nog niet in werking
Sinds 2017 heeft de overheid de vreemdelingenprocedure overgenomen van de UNHCR. De minister van Justitie heeft in zijn brief van 19 april 2018 aan de Ombudsman aangegeven dat door de Curaçaose Raad van Ministers op 5 juli 2017 een procedure is goedgekeurd, die uitvoering moet geven aan artikel 3 van het EVRM, de RVM-procedure. Verschillende onderzoeken, van Amnesty International, Refugee International en die van de Ombudsman laten zien dat deze procedure nog niet in werking is. Volgens de Ombudsman is de situatie in 2019 onveranderd gebleven.

Reactie UNHCR
“De UNHCR doet een beroep op de Curaçaose overheid dat ze moet verzekeren dat diegene die internationale bescherming nodig hebben, en gevlucht zijn voor vervolging en geweld, toegang krijgen om bescherming aan te vragen op een efficiënte en veilige manier. Dat is een mensenrecht. We begrijpen dat het een moeilijke situatie is voor Curaçao, maar er zijn mensen die echt bescherming nodig hebben”, aldus Sibylla Brodzinsky van UNHCR Washington.

Foto: Pixabay

Artikel 3 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens

Artikel 3 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens
In het EVRM staan diverse fundamentele rechten, waaronder het recht op vrijwaring van slavernij en het verbod van foltering. Het EVRM kent verder diverse protocollen met daarin aanvullende rechten. Artikel 3 van het EVRM houdt tevens een verbod in van uitzetting van vreemdelingen door een lidstaat naar een land waar een vreemdeling een reële risico loopt op foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. “Een vreemdeling heeft verder het recht om op grond van artikel 13 van het EVRM een rechtsmiddel tegen zijn uitzetting (verwijdering) aan te wenden en hij kan eventueel een klacht indienen bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens”.

Sinds de goedkeuring van de RVM-procedure hebben volgens de minister van Justitie drie personen verzocht om juridische bescherming. Volgens de Ombudsman zijn deze verzoeken afgewezen door de minister.

Artikel 3 onvoldoende bekend
Het baart de Ombudsman zorgen dat deze procedure van het aanvragen van bescherming op basis van artikel 3 nergens beschreven staat. De RVM-procedure is op ambtelijk niveau niet dan wel onvoldoende bekend. De Ombudsman heeft informatie ontvangen over diverse gevallen waarin aan vastgehouden vluchtelingen, die expliciet toegang hebben verzocht tot de Curaçaose ‘asielprocedure’, de toegang is geweigerd. In veel gevallen zou de vluchteling geïnformeerd zijn dat er geen ‘asielprocedure’ bestaat, of is het ‘asielverzoek’ van de vluchteling niet expliciet beantwoord.

*volledige naam bekend bij de redactie

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/06/20/vluchtelingencertificaat-van-de-vn-heeft-nog-steeds-geen-waarde-op-curacao/

SAN NICOLAS – In twee maanden tijd moet een overheidscommissie bestudeerd hebben of de olieraffinaderij van Aruba nog een toekomst heeft. Bewoners van de raffinaderijstad San Nicolas hebben gemengde gevoelens. “We hebben de banen hard nodig, anders gaan ze stelen of drugs dealen, en wat moeten wij ouderen dan”, zegt een vrouw. Maar Charles ‘Charlie’ Brouns III gelooft er niet meer in: “Het is een farce om te denken dat de raffinaderij nog open kan.”

(Tekst gaat door na video)
[embedded content]

Door Sharina Henriquez

Brouns is derde generatie-eigenaar van de befaamde Charlie’s bar, waar sinds 1941 vele werknemers van de oliefabriek aan de toog hebben gehangen. Zijn opa en vader werkten ook in de fabriek. Dus zakelijk heeft de familie veel te danken gehad aan de raffinaderij. “Het is nu afgelopen zaak. Heropenen is alleen voor kort gewin en niet voor toekomstige generaties.” Zijn grootouders zijn aan kanker overleden. “Dat komt zeker door de raffinaderij. Rokende pijpen in je achtertuin helpen niet, hoor.”

‘De verkoop gaat niet automatisch omhoog’ – journalist Hilario Doncker

Journalist Hilario Doncker die in San Nicolas is geboren en er nog steeds woont, zegt dat de mensen verdeeld zijn. “Sommigen willen het toch open voor banen en bedrijvigheid. Of uit nostalgie.” Dit jaar sluiten opnieuw verschillende winkels hun deuren in de al jaren stille hoofdstraat. Meer dan 60 procent is al dicht, toch zegt Doncker dat ook met een open raffinaderij die winkels niet terugkomen. “Dat hebben we al over de jaren heen gezien met de andere oliemaatschappijen. De verkoop gaat niet automatisch omhoog.”

Charles ‘Charlie’ Brouns III, derde generatie eigenaar van de Charlie’s Bar -foto: Sharina Henriquez

Brouns hoort in zijn bar nog steeds ongecensureerd uit eerste hand wat er zich achter de hekken van de 90 jaar oude fabriek afspeelt. “De ingehuurde arbeiders en inspecteurs die de boel moesten bekijken, zijn drie maanden eerder dan gepland naar huis gestuurd. Want de rekening liep veel te hoog op; 2 miljard dollar.”

Boos op uitbater Citgo
Hij heeft het over het renovatieproject van uitbater Citgo waarmee de vorige AVP-regering in 2016 een omstreden contract voor heropening voor 25 jaar tekende. Er waren toen al grote twijfels vanwege de spanningen in Venezuela. Citgo’s moederbedrijf is namelijk de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PdVSA. Amerikaanse sancties tegen PdVSA maakten al gauw korte metten met het opstartproject, want de rekeningen werden grotendeels bevroren.

Dat was althans de veronderstelling bij de huidige coalitieregering onder aanvoering van premier Evelyn Wever-Croes (MEP). Na een bezoek vorige maand kreeg zij van Amerikaanse autoriteiten te horen dat Citgo eigenlijk nooit een licentie voor het renovatieproject en dus heropening van de raffinaderij had aangevraagd. De premier reageerde boos met: “Het hoofdstuk van Citgo lijkt elke dag meer en meer uit te zijn.”

Studie naar de toekomst
In plaats van het boek vervolgens zelf dicht te klappen, heeft ze een commissie ingesteld. Die moet drie scenario’s onderzoeken. De eerste twee gaan nog uit van een heropening van de oliefabriek. De commissie moet namelijk eerst onderzoeken of er nog wat valt te halen valt uit het contract met Citgo. Zo niet, of er dan een nieuwe uitbater gevonden kan worden om de boel weer te laten draaien.

Voorheen leverden die zoektochten overigens weinig op. Na inspecties van de fabriek, haakten geïnteresseerde olieconcerns af. Zoals een aantal jaren terug gebeurde met Petrochina en Petrobras. Het lukte pas toen de toenmalige eigenaar Valero de zwaar verouderde fabriek met vervuiling eerst aan de Arubaanse overheid kon verkopen. Citgo huurt namelijk.

De vijf economische pilaren die deze regering wil ontwikkelen

Raffinaderij past niet in beleid
Een draaiende raffinaderij is eigenlijk ook niet wat de regering volgens haar nieuwe economische visie wil. In dit rapport ‘Economic Policy – A strong and resilient economy 2019-2022’ wordt de raffinaderij amper genoemd, slechts om economische ontwikkeling in het verleden te duiden. De industrie waar de regering nu over rept, is de creatieve industrie. Maar niets over de olie-industrie, heropening van de raffinaderij, investeringen, verwachte inkomsten, banen, etc.

Het derde scenario dat de commissie moet onderzoeken, past wel in die economische visie: hoe moet Aruba verder zonder raffinaderij.

Dat is geen moeilijke opdracht, zegt parlementariër van coalitiepartij POR, Marisol Lopez-Tromp. Zij stemde als enige volksvertegenwoordiger in 2016 tegen het contract met Citgo en blijft tegen een heropening. “We doen al jaren zonder raffinaderij.”


Parlementariër Marisol Lopez-Tromp in gesprek met Sharina Henriquez

Werknemers van de raffinaderij op weg naar huis – archief Dan Jensen

90 jaar raffinaderij op Aruba

In 1929 gaat de Lago-raffinaderij open en groeit uit tot de één na grootste raffinaderij (na Isla in Curaçao) in de wereld. Internationale faam krijgt de fabriek in de Tweede Wereldoorlog als brandstofvoorziener voor de geallieerden. Lokaal zorgt het voor enorme welvaart en ontwikkeling van de bevolking. En waardoor Aruba uitgroeit tot één van de rijkste landen in de regio.

In 1985 sluit de raffinaderij en wordt grotendeels ontmanteld. Een afgeslankte versie gaat in 1989 weer open, maar haalt nooit de glorie van vroeger. In 2009 sluit de toenmalige eigenaar Valero de fabriek, opent deze weer kort in 2011 om daarna in 2012 voorgoed te sluiten. De Arubaanse overheid wordt weer eigenaar van de afbrokkelende raffinaderij en zwaar vervuild gebied. In 2016 mag Citgo deze huren om op te knappen en vanaf oktober 2020 te heropenen. Maar dit project ligt inmiddels stil.

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/06/13/raffinaderij-al-zeven-jaar-dicht-maar-aruba-wil-nog-niet-loslaten/

DEN HAAG – Curaçao wordt voorlopig toch niet door Den Haag gedwongen om fors te gaan bezuinigen. Premier Eugène Rhuggenaath wist door zijn bezoek aan Nederland drie weken tijd te krijgen om met een oplossing te komen.

De Curaçaose regering heeft al jaren moeite met haar begroting weer op orde te krijgen, terwijl dat wettelijk verplicht is. Staatssecretaris Raymond Knops (Koninkrijksrelaties) eist – net zoals het College Financieel Toezicht – dat er zo snel mogelijk een oplossing komt voor de begrotingstekorten en dreigde het eiland daartoe te dwingen.

[embedded content]

Premier Rhuggenaath en staastssecretaris Knops
na afloop van de Rijksministerraad

Rhuggenaath wist Den Haag op de valreep ervan te overtuigen om nog niet in te grijpen, omdat de crisis in het naburige Venezuela de economie van het eiland zwaar zou treffen. Daardoor zou het eiland niet in staat zijn om fors te bezuinigen. Knops wil daar ‘serieus naar kijken’.

Nog drie weken de tijd voor oplossing
Curaçao krijgt drie weken de tijd om tot een akkoord te komen met staatssecretaris Raymond Knops (Koninkrijksrelaties) over hoe de begroting weer op orde te brengen en de economie verder te stimuleren.

Premier Rhuggenaath sprak tegenover de pers zijn vertrouwen uit dat het gaat lukken om samen met Nederland een plan te trekken.

Politieke rel dreigde
Terwijl gesprekken liepen tussen de Nederlandse en de Curaçaose regering om de economie op het eiland te verbeteren, bleek eerder deze week dat er al een wet zou klaarliggen om vandaag in het bestuur van het eiland in te grijpen.

Het Curaçaose kabinet uitte felle woorden richting Den Haag en dreigde woensdag in het parlement niet te zullen luisteren naar een eventuele ‘aanwijzing’ uit Den Haag. De Nederlandse bewindslieden zouden te strenge maatregelen willen nemen die de economie van het eiland zou laten instorten, was de vrees in politiek Willemstad.

Dat Nederland wilde ingrijpen, kwam volgens het Curaçaose kabinet als een verrassing. Rhuggenaath wilde om die reden zijn reis naar Nederland annuleren, maar ging onder druk van het parlement alsnog.

Premier Eugène Rhuggenaath (PAR) van Curaçao en staatssecretaris Raymond Knops (CDA) van Koninkrijksrelaties na afloop van de Rijksministerraad – foto: John Samson

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/06/14/curacao-voorlopig-ontsnapt-aan-ingrijpen-vanuit-den-haag/

WILLEMSTAD – “Ik heb verkeerd gehandeld en subsidiegelden verduisterd. Daar wil ik mijn verantwoordelijkheid voor nemen”, zo opende oud-minister van Financiën George Jamaloodin zijn voorwoord vanochtend in de rechtbank van Willemstad. Jamaloodin staat terecht in twee fraudezaken en voor betrokkenheid bij de moord op politicus Helmin Wiels.

De oud-minister kwam niet in gevangeniskleding maar in een driedelig pak de rechtszaal in. Jamaloodin gaf aan dat hij graag duidelijkheid wilde verschaffen over de drie zaken voordat het proces begon. Gedurende de hele zitting nam hij uitvoerig en emotioneel het woord en ging meerdere keren in discussie met de rechter.

Terwijl Jamaloodin het verduisteren van subsidiegelden in de zaak Germanium bekende, ontkende hij stellig dat hij schuldig is in de zaak Maximus – betrokkenheid bij de moord op Wiels – en de zaak Passaat.

Zaak Germanium
Jamaloodin was als minister van Financiën betrokken bij het verduisteren van 450.000 gulden aan subsidiegelden voor verbetering van het sportveld Divi Divi in de wijk Steenrijk in de periode van 2012 tot 2014. Jamaloodin is zelf opgegroeid in de wijk Steenrijk, net zoals Helmin Wiels. Op de vraag of hij opzettelijk heeft gehandeld, zegt Jamaloodin: “Ja en nee. Ik zat fout.”

De zaak Passaat gaat over het antedateren (vroegere datum opschrijven dan de werkelijke datum) van de fiscale inkeerregeling in 2011 toen Jamaloodin minister was. Zo zouden ontdekte miljoenen aan ondergedoken belastingen gunstig afgerekend kunnen worden. Dit was volgens het Openbaar Ministerie ten behoeve van zijn halfbroer en machtige loterijbaas Robbie dos Santos.

Dos Santos ook opgepakt
Dos Santos is ook verdachte geweest in de zaak Maximus. Hij werd op 29 juli 2014 aangehouden maar op 1 augustus 2014 weer vrijgelaten vanwege gebrek aan bewijs. De loterijbaas wordt al jaren genoemd als mogelijke opdrachtgever van de moord op Wiels. De vermoorde politicus verdacht Dos Santos van illegale gokpraktijken en had beloofd een dossier openbaar te maken met bewijzen dat ook overheidstelefoonbedrijf UTS daarbij betrokken was.

Aubert Wiels staat de pers te woord voor de rechtbank. Foto: Leoni Schenk

Jamaloodin reageerde emotioneel op de vragen van rechter Stephan van Lieshout. “Ik ben samen met mijn broer opgepakt, waarom? We hebben hard gewerkt voor ons geld, we hebben geen drugs verkocht. Wat heeft Helmin Wiels ons gedaan? Ik ben nog steeds bevriend met zijn broer Aubert!”

Aubert Wiels is aanwezig op de tribune maar reageert niet. Buiten het gerechtsgebouw zegt Aubert dat hij de zaak ‘interessant’ vond en ‘lastig’, want het gaat om zijn broer Helmin en Jamaloodin is een vriend van hem. De zoon en dochter van Helmin weten het wel zeker en hebben een schadeclaim ingediend, zo werd vandaag bekend. De hoogte van de schadevergoeding is nog niet bekendgemaakt.

Advocaat Peppie Sulvaran. Foto: Leoni Schenk

Veel aan het woord, weinig antwoorden
De oud-minister was veel aan het woord, maar gaf op maar weinig vragen echt antwoord. De rechter wilde vooral meer weten over de betekenis achter de sms’jes tussen Jamaloodin en de veroordeelde moordmakelaar Burney ‘Nini’ Fonseca. Tot aan 4 mei 2013 18:54 uur is er intensief sms-contact tussen de twee. Waarom het contact minder dan 24 uur voor de moord abrupt stopte, zegt Jamaloodin niet te weten. Ook zegt de oud-minister dat de sms’jes geen codetaal bevatten, maar gingen over werk, het sponsoren van een sportteam en vrouwen.

De advocaat van Jamaloodin, Peppie Sulvaran, heeft na de zitting gezegd alle vertrouwen te hebben dat zijn cliënt wordt vrijgesproken in de zaken Passaat en Maximus.

Morgen wordt de zitting vervolgd met het verhoor van de rechter over het sms-verkeer en het OM komt aan het woord.

Caribisch Netwerk zal net als op de zitting van maandag, op dinsdag weer live tweeten. Check onze twitterpagina.

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/06/10/oud-minister-jamaloodin-bekent-in-verduisteringszaak-ontkent-betrokkenheid-moord-wiels/

WILLEMSTAD – Oud-minister George Jamaloodin moet volgens het Openbaar Ministerie (OM) 30 jaar de gevangenis in voor onder meer betrokkenheid bij de moord op politicus Helmin Wiels. Die eis sprak het OM dinsdag uit in de rechtbank van Willemstad.

De anderhalf jaar dat Jamaloodin onder huisarrest vastzat in Venezuela, mag daar niet vanaf getrokken worden, vindt officier van Justitie Gert Rip. Volgens Rip meldt de Criminele Inlichtingen Dienst dat Jamaloodin tijdens zijn huisarrest agenten van Interpol betaalde om drank en prostituees naar zijn cel te brengen.

De oud-minister zou zelfs de agenten zover hebben gekregen om hem naar winkels en bars te brengen. “Het was één groot feest zolang Jamaloodin maar betaalde”, aldus Rip. Op de vraag of dit correct was, blijft Jamaloodin even stil en zegt dan: ‘nee.’ Hij voegt daaraan toe dat hij ‘soms weekendverlof had’.

Opdrachtgever moord Wiels
Jamaloodin was minister van Financiën in het kabinet van Gerrit Schotte, de oud-premier die vastzit voor onder meer witwassen. Jamaloodin staat terecht voor de betrokkenheid bij de moord op Wiels op 5 mei 2013. De oud-minister zou de opdracht hebben gegeven voor de moord en de al veroordeelde ‘moordmakelaar’ Burney ‘Nini’ Fonseca geld hebben gegeven om huurmoordenaar Elvis ‘Monster’ Kuwas te betalen.

De zoon en dochter van Wiels hebben een schadeclaim ingediend voor immateriële schade en materiële schade. Zij willen een vergoeding voor de vliegtickets die zij hebben geboekt om bij de begrafenis van hun vader te zijn en 45.000 gulden schadevergoeding voor het leed dat zij voelen na de moord. De rechter las een brief van beide kinderen voor. “Ons leven is verwoest na 5 mei 2013. De pijn en het gemis gaan nooit meer weg. Vragen over het waarom blijven onbeantwoord omdat de zaak nog steeds niet opgelost is.”

Er spelen ook twee fraudezaken. Jamaloodin heeft gisteren in één van deze zaken bekend dat hij subsidie van 450.000 gulden heeft verduisterd. Hij ontkent in de tweede fraudezaak. Het OM verdenkt hem ervan de fiscale inkeerregeling in 2011 als minister van Financiën te hebben versneld om zijn halfbroer en loterijbaas Robbie dos Santos te helpen, die toen al op de radar van het OM stond.

‘Een juridische Irma’
De advocaat van Jamaloodin, Peppie Sulvaran, wil het OM niet-ontvankelijk laten verklaren. Volgens de advocaat heeft het OM de zaak tegen Jamaloodin gebouwd op het dealtjes sluiten met getuigen, informatie lekken naar de pers en een incompleet strafdossier waaruit bewijs is vernietigd. “Deze zaak is een juridische Irma”, zegt hij, verwijzend naar de verwoestende orkaan Irma van september 2017, die grote schade aanrichtte op de Bovenwindse eilanden.

De zaak wordt op woensdag hervat.

Lees het live-tweet verslag van de eerste twee zittingsdagen op onze twitterpagina.

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/06/11/om-eist-30-jaar-tegen-oud-minister-jamaloodin-zonder-aftrek-van-huisarrest-in-venezuela/

ORANJESTAD – De grens tussen Aruba en Venezuela blijft drie maanden extra gesloten. Dat maakt de regering vandaag bekend.

Op 10 mei sloot Aruba de grens nadat de Venezolaanse regering aangaf de grens met alleen Aruba weer open te doen. De grenssluiting zou voor één maand zijn en dus 10 juni aflopen. Maar nu maakt de Arubaanse premier Evelyn Wever-Croes al bekend dat de grens voorlopig gesloten blijft tot in september.

“In die periode evalueren we of de grenssluiting weer moeten verlengen. De situatie in Venezuela is moeilijk. Maar we moeten eerst aan Aruba denken.”

Ze geeft aan dat deze beslissing ook is afgestemd met de premier van Curaçao en minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok.

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/06/04/aruba-grens-met-venezuela-blijft-langer-gesloten/

ROTTERDAM – Net als steeds meer Nederlandse HBO-studenten, voelen ook Caribische studenten zich genoodzaakt om buiten hun opleiding hulp te zoeken bij hun scriptie. Vooral voor deze groep loopt dat niet altijd goed af. HBO-hoofddocent Jean-Marie Molina ziet regelmatig Caribische studenten die zijn belazerd.

Nederlandse onderwijsbonden trokken deze week in Trouw aan de bel omdat zij vinden dat het hoger onderwijs tekortschiet in de begeleiding van studenten en vrezen voor een tweedeling waarin goed onderwijs alleen beschikbaar is als je geld hebt. Volgens de krant helpen ‘naar schatting honderden bureaus studenten tegen betaling bij het opstellen van een geschikte onderzoeksvraag, of kijken het eindproduct na op spel- en taalfouten’.

Kwetsbare groep
Jean-Marie Molina is hoofddocent studiesucces en begeleidt aan de Hogeschool van Rotterdam studenten met studievertraging bij het afronden van hun studie. Daar zitten ook Caribische studenten tussen. Molina deelt de bezorgdheid van de onderwijsbonden, vooral als het gaat om Caribische studenten. “Je merkt dat die het zwaarst lijden onder het tekort aan begeleiding.”

“Onze kinderen krijgen minder ondersteuning en hebben in hun netwerk ook minder mensen om hen te helpen. Bovendien hebben ze vooral in hun eigen bubbel gestudeerd. Dus als de Nederlandse student het al zwaar heeft met een tekort aan begeleiding in het hoger onderwijs, dan heeft een Caribische student dat helemaal.”

Minder kansen
De praktijk wijst verder uit dat een Caribische student veel meer risico loopt om te zakken dan andere studenten. De oorzaak daarvan ligt volgens Molina onder andere in de manier waarop er feedback wordt gegeven aan studenten.

“Bij de Caribische studenten zie je vaak dat hun stukken worden afgekeurd op taal. En terecht als de taal niet goed is. Maar er wordt daarbij geen inhoudelijke feedback gegeven. Dat gebeurt pas nadat de taal op orde is en dan is het vaak ook meteen de laatste kans.” Wat dat betreft hebben Caribische studenten, die de Nederlandse taal niet goed beheersen, in de praktijk maar één kans om het inhoudelijk goed te doen.

Belazerd
En dan zijn er de bureaus die tegen betaling studenten helpen bij hun scriptie. “Op zich heb ik niks tegen deze bureaus, maar er zitten ook hele slechte tussen die zelfs meeschrijven aan scripties en nog slecht ook”, vertelt Molina.

“Ik heb vaak studenten die zo’n bureau hebben gebruikt bij het schrijven van hun scriptie en door de mand vallen of zelfs zijn belazerd”, vertelt ze. “Dan betalen ze zo’n bureau 450 euro om hun scriptie na te kijken, maar die corrigeert dan alleen op taal en geeft geen feedback op de inhoud.”

Beter onderwijs kost geld
Net als de onderwijsbonden pleit ook Molina voor meer investeringen in onderwijs. “Wat er moet veranderen is onze visie op leren. We moeten veel meer investeren in begeleiding en er moet meer geld naar docenten om ze te faciliteren daarin.”

Molina merkt dat veel scriptiebegeleiders aan HBO-instellingen zelf ook niet heel veel ervaring hebben met het schrijven van een onderzoek. “Vaak is het enige onderzoek dat ze hebben gedaan hun eigen scriptie toen ze zelf HBO-student waren. Dus ook daar moet je in investeren.”

Wie is Jean-Marie Molina?

Jean-Marie Molina is pedagoog en hoofddocent studiesucces aan de Hogeschool van Rotterdam. Net als veel van haar studenten kwam zij als jonge student ook vanuit de Cariben (Sint-Eustatius) om in Nederland te studeren.

Molina werkt volgens haar methode genaamd ‘tough love’, een onderwijsmodel gericht op het vergroten van competentie. “Het doel is om studenten te ’empoweren’ om zich zelfstandig te ontwikkelen.” In maart hield Molina een Ted-talk over haar ‘tough love methodiek’.

[embedded content]

Molina is van plan om een begeleidingsbureau op te richten met een extra focus op Caribische studenten. Hou Caribisch Netwerk in de gaten om haar verhaal te blijven volgen.

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/06/06/caribische-student-extra-kwetsbaar-door-tekort-aan-begeleiding-in-hoger-onderwijs/

WILLEMSTAD – De vrouwen van Curaçao beseffen niet hoe belangrijk hun bijdrage was, vóór, tijdens en na de opstand van 30 mei 1969. De meeste aandacht gaat naar de mannelijke vakbondsleiders die op die dag voorop liepen. De rol van de vrouwen blijft onderbelicht.

Dat concludeert Aisha Leer. Zij onderzoekt de rol van vrouwen tijdens en na de opstand van 30 mei 1969. Ze doet het onderzoek voor haar promotie Culturele Antropologie aan de University of Curaçao.

Protestblad Vitó.

Eén van de vrouwen was Emmy Henriquez. Zij was betrokken bij de beweging Vitó, een blad over de onvrede op Curaçao in 1969. Henriquez heeft 10 dagen gevangen gezeten en raakte haar baan kwijt. “Het zijn niet alleen de mannen die geleden hebben en verandering teweeg hebben gebracht”, benadrukt Aisha.


 Aisha Leer in gesprek met Dulce Koopman

Aisha Leer. Foto: Dulce Koopman

“Dit blijft naar voren komen in mijn onderzoek”, zegt Leer. “Vrouwen uit de arbeidersklasse beseffen niet dat zij op 30 mei een belangrijke rol hebben gespeeld.”

De meeste van de geïnterviewde vrouwen in het onderzoek van Leer maken deel uit van de arbeidersklasse en zijn donkergekleurde mensen. “Na 30 mei merkten ze wel dat er naar hun werd geluisterd.”

Voor de revolutie van 30 mei 1969, waren de vrouwen van Curaçao al activisten. Bovendien staat de revolutie op Curaçao niet los van het emancipatieproces dat in het Caribisch Gebied plaatsvond. Dit legt Myrtha Leetz-Cijntje, voorzitter van Sentro di Dama (SEDA, Centrum voor Vrouwen) uit. Na de opstand begon men een erkenning te geven aan vrouwen.

Foto: Nationaal Archief

Trinta di Mei

De Curaçaose Trinta di Mei is de grote volksopstand die in 1969 ontstond uit een staking van Shell-arbeiders onder leiding van de vakbonden, waarbij zelfs twee doden vielen. Het was een keerpunt in de verhoudingen op het eiland en in de bewustwording en emancipatie van Antillianen. Lees hier meer over hoe het eraan toeging op 30 mei 1969: ‘Ik zag mijn eiland branden en ik wist dit is een wake-up call’.

Leetz-Cijntje benadrukt dat de vrouw altijd een grote rol heeft gespeeld bij de emancipatie. “De vrouw was vooral de steun van de nieuwe professionelen, van jongeren waar ik zelf ook toe hoorde na 30 mei. De beweging van 1969 heeft ervoor gezorgd dat vrouwen streden voor een plek in het bestuur van de vakbonden.”

Positie
Op de vraag of de positie van de vrouw verbeterd is na de opstand van 1969, zegt Leetz-Cijntje dat er een veel grotere bewustwording plaatsvond. “De vrouw werd ook bewuster van de veranderingen die moesten plaatsvinden en ook de marginalisatie van de arbeid tussen die van mannen en vrouwen.”

Myrtha Leetz-Cijntje in gesprek met Dulce Koopman

De vrouw moet nog steeds strijden om haar doel te bereiken. “De macho invloed valt nog steeds op in onze gemeenschap”, zegt Omayra Leeflang. De oud-minister is ervan overtuigd dat de vrouwelijke politicus nog een lange weg heeft te gaan om in de macho wereld te overleven.

Emmy Henriquez. Bron: Krant Amigoe, april 1970

Leeflang zegt dat vóór de actie van 30 mei, er al een strijd voor sociale rechtvaardigheid was. Leeflang, die 15 jaar was tijdens de opstand, betreurt het dat Emmy Henriquez niet veel genoemd wordt. “Zij was heel belangrijk bij het formuleren van de gedachten en de communicatie van de strijd voor sociale rechtvaardigheid. Bijna niemand spreekt over Emmy Henriquez.” Leeflang is van mening dat dit te maken heeft met een macho concept. “In ons concept van strijd is strijd mannelijk. De strijdbare vrouw wordt nauwelijks erkend.”

‘De plaats, de stem en het belang van de vrouw van 30 mei 1969 is verloren gegaan’
– Oud-minister Omayra Leeflang

Het onrecht tegen vrouwen, voornamelijk vrouwen die in winkels werkten op 30 mei 1969, vormde een belangrijke aanpak voor sociale rechtvaardigheid, zegt Leeflang. Toch gaat de meeste aandacht gaat naar de mannelijke vakbondsleiders. “Door te sterk te focussen op het moment van 30 mei en niet op de strijd, is de plaats, de stem en het belang van de vrouw verloren gegaan.”

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/05/30/geen-erkenning-voor-vrouwen-tijdens-en-na-opstand-30-mei-1969/

PHILIPSBURG – “Soms is niks zeggen het beste wat je kunt doen als interviewer”, aldus presentatrice Elles de Bruin van Omroep Max over interviewtechnieken. Ze is een van de drie gastdocenten die zes dagen lang trainingen gaven aan lokale journalisten en mediamakers in Sint-Maarten.

Samen met Freek Staps, oud-correspondent voor NRC, en cameraman Tim van Dijk (Caribisch Netwerk) gaf De Bruin afgelopen week workshops op verzoek van de Nederlandse Rotary Club Nieuwspoort.

Verschillende journalistieke media op Sint-Maarten kwamen in financiële moeilijkheden na orkaan Irma in september 2017 omdat advertenties – hun belangrijkste inkomsten – wegvielen in de periode na de orkaan.

De krant Today sneuvelde en The Daily Herald werd daarmee het enige dagblad op Sint-Maarten. Ook die krant had het moeilijk na de orkaan.

De Nederlandse overheid stelde geen geld beschikbaar om de media in nood te helpen.

‘Den Haag mag niet wegkijken van media in nood op Sint-Maarten’

De net opgerichte Rotary Club Nieuwspoort schoot met Nederlandse media wel te hulp. Ze hielden een benefietavond in november 2017 en haalden zo’n 10.000 euro op. Daarmee organiseerden ze deze trainingsweek. Lees hier meer over de benefietavond.

(Tekst gaat door na video)
[embedded content]

Een reportage uit 2017 door Laura Bijnsdorp

Lokale journalisten, bloggers, radiomakers, cameramannen en –vrouwen, fotografen, freelancers, marketing en sales-professionals en zelfs makelaars volgden de cursus. Het merendeel van de deelnemers was er de hele week, anderen sloten voor enkele workshops aan.

In twee sessies filmden en monteerden deelnemers hun eigen video-items met cameraman Van Dijk.

Lokale journalisten, bloggers, radiomakers, cameramannen en –vrouwen, fotografen, freelancers, marketing en sales-professionals en zelfs makelaars volgden de cursus. Foto: Tim van Dijk

Medialandschap Sint-Maarten
Staps ging in op digitale journalistieke trends en strategieën. De groep deed actief mee in de discussie. Want is alles wel toepasbaar op de kleinere Caribische schaal? Het medialandschap op Sint-Maarten en de eilanden ziet er anders uit dan in Nederland of Europa, gaven deelnemers aan. Zo wordt er nog veel op papier gelezen en naar de radio geluisterd. De internetverbinding is ook niet altijd even snel.

Staps: “Toch je zie overal ter wereld de trend dat advertentie-inkomsten voor online stijgen en voor alle andere media dalen. Als Sint-Maarten vergeleken met andere landen iets achterloopt op die trend, stap dan nu vroeg op die trein.”

‘Geen fondsen of redacties kunnen ook een voordeel zijn’
-Elles de Bruin

De Bruin ging in op interview- en gesprekstechnieken. Met verschillende fragmenten laat ze zien hoe ze te werk gaat. In de studio, de confrontatie aangaan of een anonieme bron. Ook in haar workshop werd het schaalargument aangedragen.

Geen fondsen of redacties
Sint-Maarten heeft met 40.000 inwoners geen fondsen of redactie van het formaat van NRC of Omroep Max. De Bruin: “Dat kan ook een voordeel zijn. Ik maak samen met mijn vader een blog en dat film ik gewoon met mijn smartphone. Mensen voelen zich dan minder geïntimideerd als dat ik op de stoep sta met een cameraman, regisseur en geluidsman. En dan zijn ze veel opener.”

In de toekomst gaan de deelnemers mogelijk een terugkerend mediacafé organiseren, om kennis te blijven delen.

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/06/02/anderhalf-jaar-na-orkaan-irma-krijgen-sint-maartense-journalisten-steuntje-in-de-rug/