Wonen begint bij ons.

Heb je vragen? Neem contact op !


Met een academisch centrum voor rampen zet Sint-Maarten zich schrap voor komend orkaanseizoen

PHILIPSBURG – “Sint-Maarten was niet voorbereid in 2017. De ochtend voor de orkaan kwamen er nog vliegtuigen aan. Ik had zelf online lijstjes opgezocht en ontzettend veel blikvoer ingeslagen. Iedereen verklaarde me voor gek. We hadden uiteindelijk maar twee blikken over”, zegt eilandbewoner Krista van ’t Goor.

Het nieuwe academisch centrum Caribbean Centre for Disaster Medicine (CCDM) wil met training en opleiding de voorbereiding op – en herstel na – rampen verbeteren.

Op 26 juni is de jaarlijkse orkaanoefening HUREX. Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ondersteunt Sint-Maarten om samen met brandweer, ambulance, politie en marine te oefenen.

Het CCDM gaat eind 2019 ook oefeningen organiseren. Professionals van andere eilanden worden uitgenodigd te observeren en daarna in eigen omgeving te oefenen. De bedoeling is zo’n oefening jaarlijks te herhalen, liefst vaker. Mark Quirk, executive director van het CCDM. “Disaster medicine doe je niet elke dag, maar is wel te oefenen. Dat zorgt voor meer controle in een noodsituatie en leidt tot betere uitkomsten.”


 Mark Quirk over disaster medicine (Engelstalig)

De arts heeft een achtergrond in psychologie en medisch onderwijs, en werkt bij de American University of the Caribbean – School of Medicine. Daaronder valt ook het CCDM.

‘Ik kwam een gewonde vrouw tegen, maar had geen idee waar ze terecht kon’
– eilandbewoner Vincent van Weelden over zijn ervaring tijdens orkaan Irma

Medische hulp in een noodsituatie is niet vanzelfsprekend. Leraar Vincent van Weelden vertelt dat hij vlak na de orkaan een gewonde vrouw tegenkwam. “Geen idee waar ze terecht kon.” Hij hielp haar in de laadbak van een auto in de hoop dat het ziekenhuis open was.

Het rampencentrum werkt samen met onder meer directie Volksgezondheid, de ziekenhuizen en de Pan American Health Organization. “De experts zijn al hier in de Cariben. Waar nodig zullen we experts van buiten invliegen.”

Binnenkort start het CCDM een eerste training voor ambulancepersoneel, brandweer, politie en andere first responders. Quirk: “Tijdens een ramp werken ze nauw samen met vrijwilligers. We moeten plannen niet isoleren maar samen trainen en coördineren.”

Mark Quirk: ‘Disaster medicine doe je niet elke dag, maar is wel te oefenen.’ Foto: Harriot Voncken

Daarom richt het rampencentrum zich – naast training – op communicatie en samenwerking tussen alle partijen die in actie komen bij een ramp. Van medische hulpdiensten tot de overheid en het vliegveld.

‘Er was geen nieuwsvoorziening op het eiland tijdens orkaan Irma
– eilandbewoner Krista van ’t Goor

Quirk: “Het belang van communicatie was voor mij de grootste les van Irma. Ik verbleef met 700 studenten, ouders en leraren zes dagen lang in dit gebouw. Elke twee tot vier uur gaven we updates: over het weer, evacuatieplannen, voedsel en water. Dat gaf mensen controle terug.’

Van ’t Goor miste die informatie. “Je kon elkaar amper bellen. Er was geen nieuwsvoorziening, radio of wat dan ook over de situatie op het eiland.’

De arts benadrukt dat er met rampen verschillende slachtoffers zijn: ‘Psychisch trauma moeten we niet onderschatten. Dat kan leiden tot depressie of angst en vervolgens andere problemen: ontslag, isolatie… Hoe bereiken hulpverleners deze moeilijk zichtbare groepen?’

Checklist
Ter voorbereiding op zo’n rampscenario raadt Quirk aan om een checklist te maken van familieleden en vrienden, en hoe ze te bereiken als telefoons niet werken. ‘Ga er nooit van uit dat iemand al op een andere lijst staat.’

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/05/09/met-een-academisch-centrum-voor-rampen-zet-sint-maarten-zich-schrap-voor-komend-orkaanseizoen/

DEN HAAG – Is het tijd voor meer vrouwen, homo’s en Caribische Nederlanders bij Defensie? Als het aan sergeant-majoor Elvis Manuela ligt, is het antwoord volmondig ja.

Manuela werkt al 25 jaar bij Defensie. De hooggeplaatste Curaçaose militair adviseert onder andere over de laatste technologie voor de bescherming van gevechtsmilitairen. Vorige maand werd hij nog ‘verrast’ toen verantwoordelijke minister Ank Bijleveld hem een blijk van waardering gaf voor zijn jarenlange inzet als voorzitter van het Multicultureel Netwerk Defensie.

Defensie zou een afspiegeling moeten zijn van de samenleving en geen bolwerk van witte mannen, vindt hij. Minister Bijleveld erkent in haar toespraak dat de defensiedeur niet altijd wagenwijd heeft opengestaan voor iedereen. Een opvallende conclusie, omdat afkomst, geloof of geaardheid niet worden bijgehouden onder de 60.000 medewerkers.

Ouders raden kind af om militair te worden
Maar al zal Defensie de deuren wagenwijd open zetten voor biculturele kandidaten, dan blijkt er tegenstand te komen uit onverwachte hoek: “Ze worden door hun ouders, ooms en tantes afgeraden om bij Defensie aan de slag te gaan”, merkt Manuela.

Hoe dat komt? “Er zijn verschillende redenen. Defensie straalt bijvoorbeeld een bepaald gezag uit en dat vindt niet iedereen leuk. Het kan zijn dat familieleden het niet zien zitten dat je mogelijk een autoritaire houding gaat krijgen.”

Elvis Manuela op NPO Radio 1

Bekijk of beluister ook het gesprek met Elvis Manuela bij het radioprogramma Kwesties (NTR) waarin hij vertelt over zijn persoonlijke ervaringen als militair.

“In Afghanistan ging een groep vrouwen op pad en die vrouwen bleken veel meer in staat om contact te leggen met andere vrouwen en daardoor snel belangrijke informatie te krijgen. Het kan een enorm verschil maken dus als je ook vrouwen hebt of mensen met een andere culturele achtergrond.”

Maar uit recent onderzoek van het Centraal Cultureel Planbureau blijkt dat medewerkers van Defensie geen grote voorstanders zijn van het uitbreiden van diversiteit onder het personeel, zeker niet wanneer dat via een voorkeursbeleid zou gebeuren.

Geen vrouwen
Ook op Manuela’s geboorte-eiland Curaçao is nog werk te verzetten als het om diversiteit gaat. Vrouwen mogen zich nog steeds niet aanmelden voor de Curaçaose Militie. “Dat ligt aan de landsverordening die dat niet toestaat, het is aan de politiek”, zegt een Defensie-woordvoerder op Curaçao.

Sergeant-majoor Elvis Manuela. / Foto: John Samson

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/05/14/jammer-dat-er-weinig-caribische-mensen-bij-defensie-zitten/

ORANJESTAD – De Venezolaanse regering heeft de grens met Aruba weer opengesteld. De grens met Curaçao en Bonaire blijft dicht omdat deze eilanden op de hand zijn van Amerika, aldus Venezuela.

Het nieuws werd live op televisie bekendgemaakt, door vice-president Tarek El Aissami die ook minister is van industrie en nationale productie. Een belangrijk motief om de grens met Aruba open te stellen, heeft te maken met de olieproductie.

Venezuela heeft raffinagecapaciteit nodig en Aruba wil haar raffinaderij weer opstarten. Sinds 2016 is de exploitant van de raffinaderij, Citgo Aruba waarvan de moedermaatschappij PDVSA in Venezolaanse overheidshanden is.

De grens met de andere Nederlands-Caribische eilanden blijft dus nog dicht, omdat zij de Verenigde Staten helpen met het verspreiden van hulpgoederen. En zo de belangrijkste oponent van de Venezolaanse regering, Juan Guaidó, steunen.

‘Opening grens niet opportuun’ -regering van Aruba

De Arubaanse regering zegt nog geen officieel bericht van Venezuela te hebben ontvangen. “Als serieuze regering kunnen wij niet handelen op basis van een televisieverklaring.” De regering wacht nu eerst op bevesting ‘om te evalueren wat ze vervolgens gaat doen’. Maar zegt al wel: “Een opening van de grens tussen Aruba en Venezuela is op dit moment niet opportuun.”

De grens met de ABC-eilanden ging vorig jaar februari voor de tweede keer dicht.

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/05/10/venezuela-opent-grens-met-aruba-niet-met-curacao/

ORANJESTAD – Nadat Venezuela vanmorgen de grens met Aruba weer opende, heeft de regering van het eiland vanavond besloten dat zij dit keer de grens met Venezuela dichthoudt.

Redenen die de regering geeft, is de crisis in het Zuid-Amerikaanse buurland en de toename daardoor van Venezolaanse migranten. “De toegenomen migratie kan gevolgen hebben voor de openbare orde en veiligheid van Aruba.” Vanwege het ‘algemeen belang’ heeft de regering dan ook besloten om de grens met één maand te sluiten.”

Overigens gaf de minister van Economische Zaken al eerder aan dat de grenssluiting dit keer minder gevolgen heeft voor de Arubaanse economie. Meer Venezolaanse investeerders in vastgoed houden volgens haar de economie van het eiland in balans. En na de eerste grenssluiting in 2017 toen Aruba vooral zonder fruit en groente kwam te zitten, blijkt dat nu bij de tweede sluiting niet zo’n probleem te zijn geweest. Dit omdat leveranciers uit andere landen de levensmiddelen naar Aruba brengen.

Arubaanse parlementariërs hebben vorige maand wel hard aan te bel getrokken bij Nederland. Die zou onvoldoende doen om het eiland te helpen met de stroom Venezolanen die binnenkomen. Wat volgens de politici nu al nadelige gevolgen heeft voor de samenleving. Doordat de immigranten onder andere banen  inpikken en ziektes meerbrengen.

Landelijk gebed
Vanavond heeft de Arubaanse premier ook weer opgeroepen om te bidden voor de Venezolanen in crisis. Dit keer roept ze de gemeenschap en alle geloofsplekken op om deze zondag van negen tot tien uur s’ morgens te bidden voor ‘familie, eenheid, Venezuela en de regering’.

Venezolanen op Aruba

Volgens de laatste cijfers van de Verenigde Naties en de internationale migratieorganisatie IOM zijn er inmiddels 16 duizend Venezolanen op Aruba. Op een bevolking van bijna 112 duizend.

Negen jaar geleden waren er  3229 Venezolanen (bron: Censo 2010). De grootste migrantengroep kwam toen nog uit Colombia (9273).

Sinds 2014 is er een scherp stijgende lijn in de migratie vanuit Venezuela. Vijf jaar geleden was 20% van alle migranten op Aruba, Venezolaans. Volgens de laatste cijfers ( bron: CBS Aruba), was dat percentage in 2018 gestegen naar 45%. En daar zijn niet de asielzoekers en illegaal binnengekomen Venezolanen bijgeteld.

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/05/10/aruba-sluit-grens-met-venezuela-voor-1-maand/

ORANJESTAD – Signalen dat er militaire plannen van Venezuela tegen de Nederlands-Caribische eilanden klaarliggen, zijn er niet. Dat zegt minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok tijdens zijn bezoek aan Aruba.

Tekst gaat verder onder de video
[embedded content]

Door Sharina Henriquez

Defensie staat natuurlijk paraat, zegt de minister die de situatie na de couppoging van interim-president Juan Guaidó wel ‘zorgelijk’ noemt. Maar extra zorgen voor de veiligheid van de ABC-eilanden heeft hij niet. Ook niet na mediaberichten deze week dat de eilanden binnen bereik zijn van Venezolaanse luchtafweersystemen.

“Nederland heeft ook luchtafweer en die kan gelukkig ook heel erg ver schieten. Dus dat is op zich voor mij geen zorgelijk signaal.”

Als verantwoordelijke voor buitenlandse zaken van heel het Koninkrijk, onderhandelde Blok vorig jaar succesvol met Venezuela over het opheffen van de grensblokkade met de eilanden. Dit keer (sinds februari is de grens dicht) is dat niet nodig, zegt de minister, omdat de Arubaanse regering dat aangeeft.

Het eiland heeft inmiddels andere leveranciers van levensmiddelen zoals groente en fruit. Tijdens de eerste Venezolaanse blokkade was daaraan namelijk een groot tekort.

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/05/03/luchtafweersystemen-venezuela-geen-zorgelijk-signaal/

ORANJESTAD— Homoparen kunnen al sinds 2007 hun huwelijk inschrijven op Aruba. Maar dat betekent nog niet dat ze alle rechten krijgen die getrouwde hetrostellen hebben. “Ik dacht altijd dat mijn huwelijk waarde had op Aruba”, zegt Maikel Kelly, die na het overlijden van zijn man tot zijn verbazing geen weduwepensioen kreeg.

Tekst gaat verder onder de video
[embedded content]

Door Luis Villegas

De al jaren vertraagde invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) hindert de gelijkstelling. Dat zegt ook Edwin Jacobs, directeur van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) die onder meer het weduwenpensioen uitkeert.

“Dat voor het bevolkingsregister iemand aangemerkt is als weduwe, betekent niet dat weduwepensioen en erfenisrechten kunnen volgen. Die worden in het burgerlijk wetboek geregeld.”

‘Beide kanten, de burger en de overheid, hebben gelijk’ – advocaat Desiree De Sousa-Croes

Zo strak ligt het echter niet, zegt advocaat en politica Desiree De Sousa-Croes. Zij nam voor het nieuwe wetboek het initiatief om geregistreerd partnerschap (via een amendement) voor gelijke seksen toe te voegen.

“Beide kanten, de burger en de overheid, hebben gelijk. Het hangt af van hoe je het ziet, want vanuit het burgerlijk wetboek is het duidelijk. Maar als je naar de Staatsregeling (Arubaanse grondwet) kijkt, dan mag volgens artikel 1 geen discriminatie van burgers plaatsvinden.”

Ook transgender Mims Ras maakte discriminatie mee. Na zijn sekse-verandering in Nederland, moest hij zich weer inschrijven op Aruba. Maar de burgerlijke stand vond dat verwarrend, vertelt hij. “Zij hebben het onnodig moeilijk gemaakt, want zij begrepen het gewoon niet. Ik werd echt anders behandeld.”

Lang traject
De overheid zegt dat ze bezig is om rechten van LHBTI te bevorderen. Maar verwijst daarbij vooral naar de invoering van het nieuwe burgerlijk wetboek. Minister van sociale zaken Glenbert Croes zegt bovendien: “Ik vraag wel om geduld, want het is een heel lang traject.”

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/05/06/ik-dacht-altijd-dat-mijn-huwelijk-waarde-had-op-aruba/

WILLEMSTAD – Een delegatie van parlementsleden van Sint-Maarten, Curaçao en Aruba is deze maand afgereisd naar Den Haag om te praten over de geschillenregeling. Al jaren is hier onenigheid over tussen Nederland en de landen binnen het Koninkrijk. Wat houdt de geschillenregeling eigenlijk in en waarom komen de eilanden en Nederland er niet uit?

Al jaren voor 10-10-’10 werd er gesproken over een geschillenregeling. Nieuwsbericht uit de Volkskrant van 21 januari 1993. Bron: Delpher.nl

Al 60 jaar wordt er gesproken over een geschillenregeling en in 2010 kwam er echt schot in de zaak na de staatkundige vernieuwingen waarbij Curaçao en Sint-Maarten autonome landen werden en Bonaire, Saba en Sint-Eustatius bijzondere gemeenten van Nederland. Maar acht jaar later blijft de geschillenregeling een heet hangijzer.

Stok achter de deur
“Ik heb de rule of law van Nederlanders geleerd”, zegt het Curaçaose parlementslid Giselle Mc William. Ze was één van de delegatieleden die onlangs in Den Haag was. “Waarom zijn we zo bang om de geschillenregeling te bewerkstelligen en onze relatie te verbeteren? Als er geschillenregeling is, dan zal iedereen zijn best gaan doen om niet in een geschil te komen. Het is juist een stok achter de deur.”

In mei 2015 leek het eindelijk zover: op de tweede dag van het Interparlementair Koninkrijksoverleg (Ipko) waren de vier landen het eens geworden over een geschillenregeling. Er zou een onafhankelijk orgaan komen, dat bindende uitspraken gaat doen over de juridische interpretatie van het Statuut. Er moest nog beslist worden of een bestaand Hoog College van Staat zijn, of een nieuw op te richten Hof. Maar dat besluit kwam er tot nu toe niet.

De pijnpunten

Er zijn vier inhoudelijke kwesties waar moeilijk overeenstemming te bereiken is: de definitie van een geschil, de reikwijdte van de regeling, de bevoegde instantie voor het beslechten van het geschil en tot slot hoe bindend een uitspraak is.

Oud-minister van Koninkrijksrelaties Ronald Plasterk nam het heft in eigen handen, en diende in januari 2017 op eigen houtje een eigen voorstel in. Tot groot ongenoegen van de Caribische eilanden. In het voorstel van Plasterk geeft de Raad van State zwaarwegend advies over een conflict tussen de landen van het Koninkrijk en is dit niet bindend. De Caribische landen van het Koninkrijk hebben liever de Hoge Raad als de instantie die de conflicten beslecht en dat dit oordeel bindend is. Anders heeft de Rijksministerraad nog steeds het laatste woord.

“Bij een conflict moet de Rijksministerraad het besluit heroverwegen. In de praktijk denk ik dat als de Raad van State het besluit onrechtmatig vindt, dat daar zeer zwaar rekening mee gehouden moet worden”, verzekerde Plasterk destijds.

De delegatie van de eilanden

Impasse
De Caribische eilanden gingen niet met het eenzijdige voorstel mee akkoord. Sindsdien werd er elk halfjaarlijkse Ipko over gesproken, maar werd de impasse niet doorbroken. Staatssecretaris Raymond Knops doet een nieuwe poging om een wetsvoorstel door de Raad van State te krijgen. Een delegatie van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten is deze maand speciaal naar Den Haag afgereisd om daar nogmaals te benadrukken dat zij alleen akkoord willen gaan met het voorstel waar alle partijen in 2015 het over eens waren, onder wie Mc William.

De Curaçaose parlementariër ging ook tijdens het NTR-debatprogramma Kwesties in debat met Tweede Kamerleden Andre Bosman (VVVD) en Ronald van Raak (SP). Beide Nederlandse politici zeggen dat de eilanden duidelijker moeten aangeven hoe de verantwoordelijkheden verdeeld moeten worden. “Wat vinden jullie nou wat jullie nou wel of niet kunnen doen”, vroeg Van Raak.

‘We hebben het Binnenhof bestormd en genoeg stof achtergelaten’
– parlementariër Giselle Mc William

Mc William zegt dat de eilanden amendementen hiertoe hebben ingediend, en deze worden samen met het wetsvoorstel van Knops op 2 juli besproken, een week na Ipko in Nederland in juni. Ze heeft er vertrouwen dat het dit jaar wel gaat lukken. “We hebben het Binnenhof bestormd en genoeg stof achtergelaten dat ze er in Den Haag over nadenken.” Mc William verwijst naar de recente oproep van de Tweede Kamercommissie van Koninkrijksrelaties voor een rondetafelgesprek met deskundigen. “We moeten wel, na zoveel jaar. Het zal een historisch moment worden.”

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/04/30/geschillenregeling-zorgt-juist-voor-een-stok-achter-de-deur/

DEN HAAG – EU-kandidaten van D66, GroenLinks en CDA willen dat er een einde komt aan de registratieplicht voor de Europese Parlementsverkiezingen op Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. “Net als in Nederland, moeten inwoners daar ook gewoon een stempas in de brievenbus krijgen.” Voor de verkiezingen op 23 mei zijn ze alleen te laat.

De eilanden hebben sinds 2009 het recht om mee te stemmen voor het Europees Parlement. Maar in tegenstelling tot Nederland moeten inwoners van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten zich nog altijd bij iedere verkiezing eerst bij de Vertegenwoordiging van Nederland op hun eiland registreren voordat ze mogen stemmen.

‘Een onbegrijpelijke drempel’, vinden EU-kandidaten Samira Rafaela (D66), Dirk-Jan Koch (GroenLinks), Chantal Hakbijl (CDA) en Roelien Kamminga (VVD).  De vier kandidaten deelden donderdag hun mening tijdens een discussiebijeenkomst van studentenverenigingen JongAruba en HSV Trinitas in Den Haag over de Caribische belangen in de Europese Unie.


EU-kandidaten in gesprek met Natasja Gibbs over registratieplicht op de eilanden- Bron: HSV Trinitas

‘Statement komt veel te laat’
“Allemaal leuk en wel, maar daar komen ze dan schromelijk te laat mee”, reageert voormalig PvdA-politicus John Leerdam geërgerd. Als voorzitter van de Caribische belangenorganisatie Ocan lobbyde hij vorig jaar september bij verschillende Kamerleden om de registratieplicht op de eilanden af te schaffen. “Ik heb een plan voor een motie toen aangekaart bij Attje Kuiken (PvdA), Nevin Özütok (GroenLinks) en bij D66, maar daar is dus niks uitgekomen.”

Chronisch gebrek aan middelen
Volgens Leerdam is de motie blijven liggen ‘door gebrek aan middelen’: “Je hebt echt een ambassadeur nodig die zich hier hard voor maakt en het continu onder de aandacht van de Kamerleden blijft schuiven. Wij als Ocan hebben die middelen niet.”

Dat ‘gebrek aan middelen’ is volgens de Ocan-voorzitter ook de reden dat er weinig terecht is gekomen van de vorig jaar groots aangekondigde Caribische EU-denktank. Samen met het Huis van Europa – de vertegenwoordiging van de Europese Commissie en het Parlement in Nederland – had Ocan allerlei plannen bedacht om de Caribische Nederlander in mei naar de stembus te krijgen voor de Europese Parlementsverkiezingen.

Chantal Hakbijl (CDA) over registratieplicht op de eilanden – Bron: Facebook

Wat levert afschaffing op?
Volgens voorstanders ‘is het afschaffen van de registratiedrempel op de eilanden hard nodig om zo meer Caribische Nederlanders naar de stembus te krijgen’, maar wat levert het op? De geschiedenis leert dat dit niet vanzelfsprekend is.

Zo werd de registratieplicht in 2014 afgeschaft in de bijzondere Caribische gemeenten, Bonaire Sint-Eustatius en Saba. Maar veel leverde dat niet op tijdens de Europese Parlementsverkiezingen in 2014: van Bonaire kwam maar 2 procent van de kiesgerechtigden opdagen, op Sint-Eustatius was dat 7 en op Saba 14 procent.

De Europese Parlementsverkiezingen vinden dit jaar plaats op donderdag 23 mei. Daarna zijn er pas over vijf jaar weer nieuwe Europese Parlementsverkiezingen.

Wat hebben de eilanden eigenlijk aan de EU?

De inwoners van het Caribische deel van het Nederlands Koninkrijk hebben naast de Nederlandse nationaliteit ook het Europees burgerschap. Dit Europees burgerschap brengt de volgende rechten met zich mee:

  • Het recht zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven.
  • Het actief en passief kiesrecht bij Europees Parlementsverkiezingen en bij de gemeenteraadsverkiezingen.
  • Het recht op bescherming van de diplomatieke en consulaire instanties van iedere andere lidstaat.
  • Het recht om verzoekschriften tot het Europees Parlement te richten en zich tot de Europese ombudsman te wenden.

Ook hebben alle eilanden recht op financiële hulp van de EU.  Voor de periode 2014-2020 zijn de volgende bedragen voor de eilanden gereserveerd (in miljoen euro):

  • Curaçao  16,9
  • Aruba   13
  • Sint-Maarten  7
  • Bonaire  3,9
  • Saba   3,5
  • Sint-Eustatius  2,4

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/05/01/nederlandse-eu-kandidaten-pleiten-te-laat-voor-afschaffing-registratieplicht-op-eilanden/

ALMERE – “Iedere dag heb je die leegheid, je probeert het op te vullen, maar dat gaat nooit lukken.” In de mini-documentaire, ‘Dansen voor de Koningin’, blikken nabestaanden dit weekend terug op de aanslag op 30 april 2009 in Apeldoorn. De Curaçaose Wilfrido Plantijn uit Almere was één van de acht mensen die daarbij om het leven kwam.

Wilfrido Plantijn (71) staat die dag in Apeldoorn met andere leden van de  Antilliaanse dansgroep Expreshon Kultural uit Almere klaar om voor de Koninklijke familie op te treden. Maar dat optreden zal nooit meer plaatsvinden, want om 11:50 rijdt Karst T. met zijn auto dwars door de menigte richting de open bus waar de koninklijke familie in zit.

Wilfrido wordt vol geraakt door de auto van Karst T. en sterft. In totaal vallen er bij de aanslag acht doden, inclusief Karst T. zelf. Zeventien mensen raken gewond.

Tekst gaat verder onder de video
[embedded content]

Fragment uit ‘Dansen voor de Koningin’

Journalist en programmamaker Jamila Baaziz werkte op het moment van de aanslag op de Caribische redactie van de Wereldomroep. “We zagen dat er onder de slachtoffers ook Antillianen zaten en zijn er als gek in gedoken. Met de Wereldomroep en later ook met Caribisch Netwerk hebben we er veel aandacht aan gegeven en de nabestaanden nog een lange tijd gevolgd. Gedurende die periode bleven de verhalen aan mij plakken.”

Het verhaal van Isora Leal die de aanslag overleefde

Vijf jaar na de aanslag in Apeldoorn maakte Jamila Baaziz voor Caribisch Netwerk een radioreportage waarin ze sprak met onder andere Isora Leal.

Zij raakte ernstig gewond bij de aanslag.
Hier kun je de reportage terugluisteren.

“Nu tien jaar later wilde ik er weer aandacht aan besteden”, vertelt Baaziz. “Maar de mensen van de dansgroep, die destijds gewond zijn geraakt, willen niet meer. Het is te pijnlijk voor ze om weer de herinneringen aan die dag op te halen. Dat begrijp ik.”

De weduwe van Wilfrido Plantijn en drie van zijn kinderen willen wel praten. Ieder jaar op 30 april gaan ze naar het monument in de buurt van ‘De Naald’ in Apeldoorn om daar Wilfrido te herdenken. “Ik merk dat het voor hen belangrijk is dat er nog steeds aandacht aan hun pijn wordt besteed. Dat geeft erkenning.”

Naast dat Baaziz als maker bij het verhaal van de nabestaanden betrokken is, raakt de situatie haar ook nog steeds diep. “Dit jaar was het voor het eerst dat ik in Apeldoorn bij het monument was. Je kent het van de beelden, maar als je daar dan zo staat met de familie, dan komt het wel binnen dat zoiets onwerkelijk gruwelijk toch echt is gebeurd.”

Uitzending

De 19 minuten durende mini-documentaire, gemaakt door Jamila Baaziz en David Brouwer, wordt uitgezonden op zaterdag 27 en zondag 28 april op Omroep Flevoland TV.

Behalve op Omroep Flevoland TV is de special vanaf 27 april ook via de website en app van de omroep te bekijken.

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/04/26/tien-jaar-na-aanslag-op-koningshuis-iedere-dag-moet-je-leven-met-die-leegheid/

WILLEMSTAD – Curaçaose atleten mogen nog altijd niet op het hoogste sportniveau meedraaien. Dat blijkt opnieuw bij de sporters die zich hebben gekwalificeerd voor de Pan-Amerikaanse Spelen in juli. Na de Olympische Spelen zijn deze continentale spelen het hoogste sportniveau voor de Curaçaose  sporters.

Wielrenner Hillard Cijntje is één van de drie sporters die zich heeft gekwalificeerd samen met mede-wielrenner Lisa Groothuesheidkamp en Jolano Lindelauf voor karate. Cijntje noemt het ‘heartbreaking’ als na een lange kwalificatiestrijd hij toch niet naar de Pan-Amerikaanse Spelen mag gaan.

Tekst gaat verder onder de video
[embedded content]

Door Kim Hendriksen

Het probleem dateert al sinds Curaçao een autonoom land binnen het Koninkrijk (10-10-10) werd en het eiland ook een eigen olympische bond en lidmaatschap wilde.

Topsport na 10-10-10

De ontmanteling van de Nederlandse Antillen en het ontstaan van de autonome landen Curaçao en Sint Maarten hebben de topsport op die eilanden de nek omgedraaid. Lees dat hier.

Maar de regels van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) laten dit nog steeds niet toe. De sport op het eiland is daardoor achteruit gegaan doordat atleten afhaken omdat ze niet meer aan internationale toernooien mee kunnen doen. Maar er is ook amper geld. Olympische leden kunnen bijvoorbeeld elk jaar aanspraak maken op 550 miljoen dollar voor sportontwikkeling.

Volgens Nicole Hoevertsz, die zowel in het hoofdbestuur van de Olympische Spelen zit als dat van de Pan-Amerikaanse Spelen, zegt dat er hard wordt gevochten om Curaçaose atleten weer op topniveau te laten meedoen.


Nicole Hoevertsz van het IOC en Panam Sports

Toch is het dus nog steeds niet mogelijk dat Curaçao een volwaardig lid wordt op het hoogste olympisch niveau, wat vooral een politieke en financiële kwestie is. Er zijn 206 olympische comités en ‘de taart wordt niet groter om te verdelen’, zegt Hoevertsz.

Onder de vlag van Aruba
Hoevertsz die ook secretaris-generaal is van het Arubaans Olympisch Comité heeft in de tussentijd wel het aanbod gedaan dat de drie Curaçaose  sporters onder de vlag van Aruba kunnen meedoen aan de Pan-Amerikaanse Spelen.

Directeur Jean Francisca van Federashon Deportivo Olimpiko Korsou (FDOK), bevestigt dat een paar weken terug dat aanbod is gedaan en zegt dat dat nu inderdaad de enige mogelijkheid is. Het is voor nu een tussenoplossing, zegt hij, ‘een eerste stap in de goede richting’. Want hij hoopt dat volgend jaar al ‘Curaçaoënaars gewoon onder de eigen vlag mogen meespelen aan alle grote toernooien’.

Niet olympisch
Overigens mag FDOK zich helemaal geen olympisch noemen, legt Hoevertsz uit. “Dat mogen uitsluitend organisaties die het IOC erkent. Officieel kan het IOC dit stopzetten en het is FDOK ook een paar keer gezegd. Maar het wordt oogluikend toegestaan omdat we uiteindelijk toch willen komen tot een overeenstemming.”

Het hoogst haalbare in de nabije toekomst is dat Curaçao geassocieerd lid wordt; ze krijgt dan geen stemrecht en geld, maar de atleten mogen dan in ieder geval mee doen aan de Olympische Spelen.

<!--

--> Bron: https://caribischnetwerk.ntr.nl/2019/04/27/curacaose-atleten-mogen-nog-steeds-niet-op-hoogste-sportniveau-meedoen/